Verkeersstrafrecht
Hieronder valt onder andere de terugvordering van ingevorderde rijbewijzen, rijden onder invloed, verkeersongevallen met alle mogelijke gevolgen van dien, enzovoorts. De gevolgen van een vervolging kunnen groot zijn. De Officier van Justitie kan besluiten het rijbewijs in te vorderen en de rechter kan naast bijvoorbeeld een werkstraf of boete een rijontzegging opleggen. Het CBR kan naast de strafrechtelijke procedure besluiten om een onderzoek in te stellen naar de rijgeschiktheid. Dit onderzoek kan bestaan uit een bloedonderzoek en een gesprek met een psychiater.
De politie kan een rijbewijs invorderen indien de veiligheid op de weg ernstig in gevaar wordt gebracht. Hiervan is sprake als de bestuurder een te alcoholgehalte heeft van meer dan 570 ug/l (voor een beginnende bestuurder meer dan 350 ug/l), als de bestuurder weigert aan een alcoholonderzoek mee te werken en bij snelheidsovertredingen van meer dan 50 km/uur. De politie kan ook besluiten het rijbewijs in te vorderen als er een overtreding wordt gepleegd waardoor de veiligheid op de weg ernstig in gevaar wordt gebracht. Dit kan het geval zijn als de politie het vermoeden heeft dat een bestuurder grote fouten heeft gemaakt waardoor een ongeval is ontstaan.
Als het rijbewijs wordt ingevorderd dan is de politie verplicht het binnen drie dagen naar de officier van justitie te sturen. De officier van justitie moet binnen tien dagen na de invordering beslissen of de bestuurder het rijbewijs direct terug krijgt, of dat het voor langere tijd wordt ingehouden. De invordering en inhouding van een rijbewijs zijn voorlopige maatregelen die worden genomen. De officier van justitie zal het rijbewijs inhouden op basis van een verwachting van de ontzegging die de rechter zal opleggen. De rechter beslist of het strafbare feit kan worden bewezen. Indien het strafbare feit is bewezen dan wordt de tijd die het rijbewijs al is ingevorderd afgetrokken van de duur van de ontzegging die is opgelegd. De officier van justitie zal de zaak binnen zes maanden aan de rechter moeten voorleggen. Als hij dit niet binnen deze termijn doet dan moet het rijbewijs worden teruggegeven.
De bestuurder kan een klaagschrift indienen bij de rechtbank. In dit klaagschrift kan de klager de rechter verzoeken om te bevelen het rijbewijs terug te geven. De klager kan de rechtsgeldigheid van de invordering aanvechten, maar ook aanvechten dat er onevenredig grote schade wordt toegebracht aan zijn belangen. Dit kan onder andere het geval zijn als de klager zijn baan niet kan uitoefenen zonder rijbewijs. De rechter zal in zijn besluit tot teruggave kijken naar het verleden van de bestuurder.


